Afgelopen donderdag was het zo ver. Ik had er meer dan twee weken op gewacht en het in mijn agenda geschreven. Woensdag kregen we de track & trace code en donderdag, toen ik terugkwam van een video conference call uit de slaapkamer, stond hij daar. Het was een mooie brede doos maar wat kleiner dan we hadden verwacht. Stiekem was er even teleurstelling, als de doos klein was, zou de inhoud ook niet heel groot kunnen zijn. Na mijn laatste afspraak heb ik zusje erbij gehaald en maakten we de doos samen open…. Er zaten 12 nieuwe groene vriendjes in.
Deze doos hadden we online besteld en bevatte een selectie ‘kneusjes’. Dit zijn planten, met iets zieligs, een klein foutje of ze zijn gewoon niet de mooiste in hun soort en niemand koopt ze meer. Ze zijn niet ziek en niet dood, maar hebben volgens de reclame gewoon wat extra liefde nodig. Voor een vast klein bedrag krijg je er 8 tot 12. En wij kregen er 12! De topper voor mij was absoluut de plant met zilveren stippen en rode bladeren. Dan was er nog een mooie groene met witte bladeren, die lucht zuiverend werkt. Een varen, nog drie groene. Twee vetplanten, een roosje en een mini-plantje. Twee waren ‘kroezig’ en duidelijk planten die ik nooit in een winkel had uitgekozen maar nu zijn het favorietjes geworden. We hebben potten gekocht voor onze nieuwe bewoners en verzorgingsproducten voor een goede bewatering en hopelijk extra lang leven. Zusje en ik hebben de hele middag de plantjes bekeken, in hun nieuwe potten gezet en een plekje in ons huis gegeven. Eén moest een beetje bij getrimd worden en de stippelplant had spalkjes nodig. We hebben ze namen gegeven om uit elkaar te houden en hun zon en waterbehoeftes op een rijtje gezet.
Want dat is waar het vaker misgaat: Ik heb een groen hart maar geen groene vingers. Als ze er verdrietig uit zien geef ik ze drinken, maar soms zien ze er dan nog slechter uit. Ik herken niet wat ze mij willen vertellen, het enige wat ik weet is water geven. En daar zijn ze dus ook mee te verzuipen. Planten waarvan genoemd word dat ze sterk zijn en niet dood te krijgen, moeten niet bij mij gaan wonen. Maar ik word langzaam beter, ik lees erover en schakel hulpbronnen in.
Sinds een jaar stek ik pannenkoekenplanten. Dat is me toch een partij leuk. En daar ben ik ook echt trots op. Van de 10 nakomelingen zijn er nog vier in leven. En het eerste plantje is nu groter dan ooit. Echt een boom. Ik vind dat het allerleukste aan bloemen en planten, als je ze kan zien groeien en ontwikkelen. In het raam staat een groeiende zonnebloem, van mijn werk kreeg iedereen een zak met zonnebloempitten. Nooit geweten, maar best logisch natuurlijk, dat dit ‘gewone’ zonnebloempitten zijn zoals je ze ook koopt om te eten. Er is er één flink aan het groeien. En dat vind ik echt zo bijzonder om te zien. In deze tijd voelt het voor mij soms alsof alles even stil staat en alsof er geen verandering of vooruitgang is. De dagen zijn hetzelfde en soms niet meer te onderscheiden van elkaar. Maar dan zijn er dus de plantjes. Die soms ineens in de nacht helemaal gedraaid zijn, een bloemetje hebben gekregen of een nieuw blad. Soms veranderen ze zelfs van kleur. Voor mij is het relativerend: de omstandigheden veranderen en er is vooruitgang. Soms minder zichtbaar maar altijd aanwezig.
In mijn jaren als plantenhouder is er één grote overwinnaar geweest. Het is een plant, we noemen haar Griet, die ik al drie huizen lang heb. En ze blijft in leven, terwijl ze zoveel heeft meegemaakt. Ze is door beestjes geteisterd, meermaals gevallen, door de stofzuiger opgezogen en verbleekt door de zon. Ik ben gek op haar, al is ze wel erg groot en niet zo heel mooi. Ze kreeg een nieuwe plek in het huis door de gezinsuitbreiding. En ook Griet kon wel even wat extra liefde gebruiken: ze bleek veel meer dorst te hebben dan ik door had gehad. We blijken dezelfde behoeftes te hebben, ook Griet is een liefhebber van een goede slok wijn op zijn tijd. Dus nu verzorg ik haar, hoe ik mezelf ook het liefst verzorg. Met altijd een mooie fles binnen handbereik.

Plaats een reactie