Op kerstochtend om 09.00 uur vroeg ik een bevriende collega of ze met mij mee wilde speed-daten. Ik was bezig met mijn goeie voornemens voor het nieuwe jaar en één daarvan was ‘lekker’ uit de comfort zone te stappen op date gebied. Dit paste precies. Ze zag er de lol wel van in, dus zo gingen we op een zondagmiddag in januari samen naar een nieuw café in Amsterdam. We werden ingedeeld in leeftijdscategorieën en zaten in dezelfde, tussen de 20 en de 35, waarvan zij meer aan de onderkant en ik meer naar boven.
De vrouwen kregen een tafeltje, de mannen moesten van stoel wisselen. Voor ons lag een papiertje waarop de namen van de dates stonden en waarop je ja of nee kon invullen. Na deze dag zou je de contactgegevens ontvangen van de mensen die jou ook een ja hadden gegeven. De mannen vulden dit in terwijl ze aan het tafeltje zaten, voor ze doorschoven naar hun nieuwe date. Helemaal niet ongemakkelijk, even de hand ervoor. Na drie minuten luidde er iemand keihard een bel. Het was een lange zit; ik kreeg 20 mannen aan mijn tafeltje. Bij de eerste paar mannen voelde de tijd veel te kort voor een goede eerste indruk. Je hebt jezelf nauwelijks voorgesteld voordat er al doorgeschoven wordt en er een oordeel geveld moet worden. Heftig. Maar daarna volgde een paar mannen die de 3 minuten zo lang deden voelen dat ik er van overtuigd was dat degene bij de bel in slaap was gevallen. Dit waren geen 3 minuten.
De gesprekken en mannen waren zeer verschillend. Zo was er een jongen van 21 die enthousiast vertelde dat hij een promotie had gekregen, met toekomst perspectief. Hij deed laden en lossen bij Schiphol. Voor ik mezelf kon tegenhouden vroeg ik wat hij dan precies deed. ‘Nou, de vracht kwam binnen’, vertelde hij. En die laadde hij dan op een auto. En dan weer opnieuw. Een volgende had wel een aantal vragen die hij mij wilde stellen. Het deed me denken aan het boek; The Rosie Project. Of ik rookte, wel genoeg aan sport doe en of ik dronk. Hierop wees ik een beetje ongemakkelijk naar mijn glas wijn en zei; ‘Nee hoor.’ Hij keek me teleurgesteld aan en vond mij niet grappig. ‘Wat ik ook belangrijk vind, is wat voor trein abonnement je hebt?’ Ik vroeg me af of dit codetaal was voor iets wat ik niet begreep. ‘Dat kan een obstakel zijn’ gaf hij aan. Ik gaf aan dat ik in het weekend vrij reisde, en hij zei op een verdrietige toon; ‘Ik heb de daluren vrij. Dan zijn we helaas niet compatibel.’ Ik vroeg me af of dit niet betekende dat je op dezelfde uren vrij kon reizen maar moest hem toch gelijk geven.
Een volgende zei non-ironisch dat zijn moeder hem had opgegeven omdat ze wilde dat hij het huis uit ging. Hij zat op het randje van onze leeftijdscategorie (aan de bovenkant) en toen hij van mijn tafeltje wegging gaf hij aan dat hij hier wel een goed gevoel over had. Een van de laatste maakte me hard aan het lachen. Hij keek alsof hij vroeger teveel geblowd had, maar was wel knap en enthousiast. Toen hij vroeg wat ik voor werk deed zei hij; ‘Heel gek maar ik heb echt een déjà-vu. Alsof ik dit verhaal eerder heb gehoord (mijn collega zat een paar tafeltjes voor mij) Ben ik al eerder bij jouw tafeltje geweest?’ Bij de borrel daarna stonden we een tijdje te kletsen en keek hij mij lang en intens aan. Hij legde zacht zijn hand op mijn wang en zei: ‘Je hebt een hapje uit je wenkbrauw.’ Dat was nog waar ook.
Na de bruisende single borrel, zijn mijn collegaatje en ik samen pizza gaan eten. We hadden sommige exact dezelfde verhalen en sommige verrassend anders. Wel kwamen we erachter dat we van de 20 mannen maar een paar echt interessant vonden. Nou ja, allebei maar één. En dat was dezelfde.
Plaats een reactie