Woorden zoeken

De laatste dagen zat ik achter de computer en wilden de woorden niet komen. Naarmate de maandag en de donderdag, mijn zelf opgelegde vaste schrijfdagen, dichterbij kwamen raakte ik zenuwachtig omdat ik nog niet iets fantastisch op papier had staan. En hoe meer ik wilde dat er iets fantastisch op papier kwam te staan, hoe minder dat lukte. Terwijl ik verwoed op zoek was naar dat enorm boeiende onderwerp, de geniale titel en de spectaculaire inspiratie, vond ik dit. Eigenlijk was mijn korte writersblock het voorbeeld van de zoektocht naar lief zijn voor mezelf en de uitdagingen die ik daarin tegenkom.

Want ik wil schrijven omdat ik dat heerlijk vind om te doen. Daarom ben ik begonnen, daarom wil ik het blijven doen en op dagen dat ik het even minder heerlijk vind, helpen de vaste schrijfdagen om ermee door te gaan. Maar de afgelopen dagen en nachten waren warm. Het waren mooie zomerse dagen waarin ik vooral bij water wilde zijn met een koud drankje zonder teveel gedachten. En er waren dagen die te warm waren voor mooie zomerse dagen waarin ik vooral helemaal niks wilde doen. En in deze dagen voelde alles als moeten. Concentreren tijdens werk voelde als een verschrikkelijk grote opgave, van koken werd het nog warmer in huis en alle inspiratie voor een goed verhaal zweette ik eruit. Zo creëerde ik een hardnekkig vervelend riedeltje voor mezelf: Ik ging achter de computer zitten en balen van mijn lege scherm. Ik pakte koffie, deed de was en het papier bleef leeg. Als er dan eindelijk woorden kwamen leken ze in de verste verte niks te maken te hebben met wat ik wilde overbrengen. Niemand op de wereld maakte ooit zulke lelijke combinaties van woorden als ik. Het liefst stopte ik ze zo diep mogelijk weg in de krochten van mijn harde schijf waar niemand ze ooit zou kunnen vinden, naast gedichtjes uit mijn puberjaren over al het zware liefdesverdriet.

Doordat het me niet lukte, kwam er zelf-twijfel.  Want ik was toch zeker wel een vrouw van mijn woord? Dat vind ik belangrijk: ik wil in elk geval op mijzelf kunnen rekenen. Één keer niet op de vaste dag schrijven voelde voor mij als een glijdende schaal: voor ik het weet post ik een miezerig stukje in drie maanden tijd, bloedt de blog dood voordat ik hem bewust heb kunnen stoppen en verlies ik alle wil om ooit nog te schrijven. Als ik warm weer al een excuus vind, wat voor smoesjes gaan er dan nog bijkomen? Ik ben toch niet zo makkelijk eronder te krijgen? ‘Ja sorry, ik kon helemaal niks meer, het was een beetje warm?’ Maar waarom moest het zo erg van mezelf? Ik raakte verzeild in mijn eigen dramatische existentiële vragen vuur; Als ik werk niet meer leuk vind, moet ik dan iets anders zoeken? Als ik geen plezier meer haal uit het schrijven waarom doe ik dat nog? Wat vind ik eigenlijk leuk in het leven? En hoe krijg ik dat terug?

Het was gewoon warm. Zelfreflectie, analytisch vermogen en kritisch kijken waren even ondergeschikt aan de basale prioriteiten van het koelen van lichaam en huis. Dit betekende niet dat alle liefde die ik voelde voor mijn werk, koken, schrijven, ineens verdwenen was om nooit meer terug te keren. Het wachtte even het onweer af. Dus nu daag ik mezelf uit. Om soms wat meer los te laten en mezelf niet te dwingen als dat wat ik graag zou willen even niet lukt. Ook als dat betekent dat ik pas op vrijdag mijn stukje plaats. Het blijkt dat de wereld niet vergaan is en ik eigenlijk nog steeds wel een vrouw van mijn woord ben.

Plaats een reactie

Een WordPress.com website.

Omhoog ↑