Mijn zusje en ik zijn op vakantie in de Eifel, in Duitsland. Op verschillende momenten zag het ernaar uit dat dit in het water ging vallen, maar alles is gelukt. En nu zijn we hier.
We hebben warme wangen van het wandelen. Dit doen we veel. Door de bossen, de weilanden, langs riviertjes en hoge rotsen. We ruiken hout en dennen, vooral als het geregend heeft. Soms spelen we een spelletje en soms zeggen we niks. We horen onze voetstappen en vogels; roofvogels, uilen, een bonte specht. Geflapper van eenden in het water, geritsel van musjes. Soms horen we helemaal niks. Op een uitkijkpunt drinken we koffie uit de thermoskan en eten we broodjes kaas. We lopen de mooiste routes en ook saaie stukken. En we lopen wel eens verkeerd, in de stromende regen.
We hebben warme wangen van de wijn en van het haardvuur. We hadden twee dagen geen stroom, in ons huisje in het bos. Dus kregen we hout en maakten we vuur. Een kinderlijke blijheid kreeg ik, toen ik vlammen uit het niets van het hout maakte.
Als we in het huisje aankomen, gaan de schoenen uit en de kachel aan. Dan drinken we een glaasje riesling, met een chippie. Moe van inspanning en tevreden dat zowel wij als Brammetje (de auto) weer een dag vol klimmen en dalen hebben overleefd. Ik moet niks. Dat is even wennen. Soms bedenk ik dingen die best wel kunnen moeten; zoals de vaatwasser inruimen, een handwasje doen. Want niks moeten, daar word ik maar onrustig van.
We hebben warme wangen, van de inspanning van het maken van de perfecte foto.Mijn broeken hebben vlekken van het mos, omdat ik door mijn hurken probeer die ene roofvogel goed op de foto te krijgen. Minutenlang richten we op de bomen tot de bonte specht een paar seconden stil zit. Mijn camera heeft een fantastistische zoom lens. Soms wijzen we naar elkaar, wat is daar eigenlijk? Is het een boomstam, of een hert? Is het een bever of een eend? En dan kan ik verder inzoomen dan we met het blote oog kunnen zien. Het is helaas altijd een eend, maar de vakantie is nog niet voorbij.
We hebben warme wangen van de sauna, wat in het huisje zit. Waar we na alle inspanning onze spieren in verwarmen. Daarna een dikke trui en sloffen aan. Veel thee en een goed boek. Warme wangen en een hoofd dat steeds wat leger wordt. Waar de zorgen en drukke gedachtes uitgewandeld zijn.

Plaats een reactie