18. Ga erover schrijven

Op de achtergrond bleef ik bezig met de beslissing die voor me lag; het hele HOE van het plan. Daarvoor hoefde ik alleen maar te vinden ‘wat bij mij past’.  Soms kwam ik een stapje verder door te ervaren wat ik niet wilde.
Ik gaf mezelf de tijd om te beslissen, te twijfelen en van gedachten te veranderen. In deze periode had ik een gesprek met de maatschappelijk werkster van de kliniek om hierover te praten.

Ik legde eerlijk mijn dilemma’s op tafel. En ze luisterde zonder oordeel. Ik had bepaalde aannames die we bespraken. Zo benoemde ik dat het ‘natuurlijk altijd fijner is voor een kind om de vader te kennen’.  Hier stelde zij praktijkvoorbeelden tegenover. Dat het voor een kind zeker fijn kan zijn om de donor te kennen maar dat het ook verwarrend kan zijn als het kind zelf niet bij de donor woont en hij bijvoorbeeld een eigen gezin krijgt. Of dat het contact fijn is en dat hij dan veel verder weg gaat wonen waardoor het ergens voelt alsof hij het kind verlaat.

Ik besprak hoe ik het voor me zou zien met een bekende donor als ik mocht dromen. Iemand die volledig op de behoefte van mijn kind en mijn voorwaarden beschikbaar zou zijn. Alle beslissingen lagen bij mij maar hij was er op de verjaardag met een kadootje als mijn kind dit zelf wilde. Heel eerlijk, maar niet heel realistisch. Ik besprak dat ik niet iemand in mijn omgeving had met wie ik dacht een leven lang beslissingen te kunnen maken samen. Ze besprak de mogelijkheid van speeddaten met andere ‘wensouders’. Hier waren verschillende platforms voor en ze benoemde concreet de voor- en nadelen die ze vanuit de praktijk had gezien. Wat ik heel fijn vond was dat ze aangaf dat als er een paar positieve gesprekken waren met iemand, ik hem mee kon nemen naar de kliniek en dat zij met ons nog een gesprek zou voeren. Om dingen uit te vragen die ik niet durfde, of om een eigen indruk te krijgen. Ze had zelfs een checklist met vragen, iets wat ik heerlijk vond. En als een donor mee ging en alle vragen beantwoorde liet dit ook commitment zien. Dit voelde zo fijn en gezamenlijk.

Ook benoemde ze de mogelijkheid om een brief of email op te stellen aan mijn netwerk, mannen die ik bv minder goed kende dan echt mijn directe kring, om de situatie uit te leggen en te vragen of ze een donor wilde zijn. Dit kon een goede zet zijn omdat je met iemand die minder dichtbij je staat goed zakelijke afspraken kan maken en misschien dat het resultaat wel verassend was.

Tot slot benoemde ik dat het niet eerlijk voelde naar een kind om de beslissing te maken dat de vader niet in het leven is. Zij gaf aan dat dit in veel gezinnen zo is, gekozen of niet. Dat dit misschien niet ideaal is maar niet betekent dat het niet heel liefdevol kan zijn. En dat ik dit juist zo bewust doe, met het nadenken over elke stap, en hoe mooi het zou zijn om dat met een kind te delen. Ik zou bijvoorbeeld al deze beslissingsmomenten kunnen opschrijven. Voor mezelf en voor het kind om te zien hoe bewust en overwogen elke stap genomen is. ‘Als schrijven je een beetje ligt’ zei ze.

WAT een goed idee! 😉

Plaats een reactie

Een WordPress.com website.

Omhoog ↑