32. De alleenstaande moeder-kaart

In het begin van mijn zwangerschap heb ik het veel moeten zeggen: ‘Ik ben alleen’ of ‘ik doe het zonder partner.’ Bij de verloskundige, die aangaf die week nog een andere vrouw in dezelfde situatie gesproken te hebben. Maar, zo had ze verontschuldigend gezegd, het aanmeldformulier was nog een beetje ouderswets waardoor je niet kon aangeven dat je geen partner had. En dat was wel een verplicht veld dus kon je ook niet verder op het formulier. Ik kon op die plekken ‘n.v.t.’ invullen. Aan de ene kant had ik hier alle begrip voor, maar aan de andere kant dacht ik; hoe moeilijk kan het zij om dit aan te passen of een extra formulier te maken?

Dus ik stroopte mijn mouwen op. Voor al die momenten dat systemen en mensen ervanuit gingen dat ik met een partner samen was. En dat was goed, want die momenten waren er. Bijvoorbeeld tijdens een rondleiding voor de kinderopvang. Ik stond naast drie stellen toen de directrice vroeg; wachten we nog op uw partner?
‘Ja, maar daar wacht ik zelf ook al een tijdje op, dus het kan nog even duren’ had ik kunnen zeggen. Maar ik besloot om eerlijk te zijn, dat ik alleen was. De houding van de directrice veranderde, ze reageerde warm en steunend en eindigde met; ‘Dan is het voor jou wel extra belangrijk, kinderopvang straks. Schrijf dat er maar bij in je aanmeldingsformulier.’

Daar was hij, de alleenstaande moeder kaart. Welke ik kon spelen om een extra voordeeltje te krijgen, hier en daar. Hij werd me zo in mijn schoot geworpen en ik heb hem absoluut al een paar keer ingezet. Zodat iemand van een winkel me even hielp iets tot de auto te brengen. En ik krijg zoveel spullen gratis aangeboden, niet alleen uit mijn eigen netwerk maar ook van vrienden van vrienden en collega’s van vrienden, dat ik denk dat het alleen doen hierin toch wel een beetje mee werkt. En dat vind ik helemaal niet erg.

Plaats een reactie

Een WordPress.com website.

Omhoog ↑