Het was een fijn idee, om mezelf het jaar te geven om rustig na te denken en te voelen over wat ik wilde. Mijn zorgen de vrije loop te laten en te kijken waar ik zou uitkomen. Er waren veel kleine momenten die me verder hielpen met mijn beslissing. En een paar grote.
Met een goede vriend at ik pizza in het park. We kennen elkaar al twintig jaar. Hij kan soms dingen zeggen die ik niet wil horen of waarvan ik denk dat het niet klopt en dan word ik eerst boos. En als ik er dan even over nadenk, is er toch iets wat resoneert en me helpt. Ik vertelde mijn verhaal over het bezinningsjaar en ging uit van de reactie die ik vaker had gekregen van vrienden. Bemoedigend, steunend, dat het een goed idee was om de tijd te nemen voor deze beslissing. Maar hij vroeg: ‘Ik snap het niet echt Nik. Wat wil je nu echt onderzoeken dan?’ Ik dacht hardop en eindigde met: ‘Of ik moeder wil worden.’ Hij keek me aan. ‘Dat is echt onzin’ zei hij.
‘Dat is geen vraag. Ik ken jou. Wij weten dat je moeder wil worden. Daar twijfel je helemaal niet over. Nee dat is het niet. Probeer het nog een keer.’ Ik wilde boos zeggen dat hij geen idee had waar hij het over had. Dat hij iets waar ik heel lang en goed over na had gedacht aan de kant gooide. Dat ik het gewoon echt niet wist en dat dit ook mocht, het niet weten. Dat het oké was als ik er nog niet over uit was omdat het een hele ingewikkelde en ingrijpende beslissing was. En je niet hiervoor kon kiezen en dan het kind kon terugbrengen als het toch niet beviel. Dat ik denk dat er mensen zijn die meer mogen nadenken over deze beslissing voor ze voor een kind kiezen. Dat was allemaal denken. Maar ik voelde een brok in mijn keel en de wijn gleed er met moeite langs. Ik keek weg en er drupte een ontsnapte traan in mijn glas. Ik kende dit gevoel.
Dit was niet boos, dit was bang.
Mijn stem werd veel kleiner.
‘Wat als het helemaal fout gaat?.’Ik ben bang voor het alleen zijn met een kind. Bang om een kind ‘Iets aan de te doen’ zonder vader. Bang dat het heel zwaar wordt en dat het me niet goed lukt om alle ballen hoog te houden. Bang dat een kind me dat kwalijk neemt. Bang dat ik het leven wat ik nu zo leuk vindt, verlies. Bang dat de lieve vrienden die ik nu heb er straks niet meer zijn omdat ik geen tijd meer voor ze heb. Dat mijn vangnet daarmee verdwijnt en dat ik echt alleen ben. Bang dat ik met een kind helemaal geen leuke man meer vindt. Omdat ik daten nu al moeilijk vind en ik dan moet daten terwijl ik zwanger ben of net een kind heb gekregen en ik me nu al onzeker voel over hoe ik eruit zie. Bang dat niemand hier gelukkig van word, ik niet en mijn kind, dat niet hierom heeft gevraagd, al helemaal niet. Dat een gezin van twee mensen wel een erg fragiel eco systeem is en wanneer er iets met de ander gebeurd, je alleen bent. Bang voor zoveel dat ik het niet allemaal kon noemen, kon bedenken, kon voelen.
Mijn vriend liet mijn gedachtes in stilte uitrazen. We wisten allebei waar dit naartoe ging. Uiteindelijk zei ik: ‘Ik weet het wel maar ik ben gewoon bang. Voor alles.’ ‘Ik twijfel er niet over óf ik moeder wil worden. Ik twijfel erover of ik alle gevolgen wil en aankan. ‘Dan kan je daar mee verder’ zei hij. Ja, dat was zo. Ik was er nog niet maar daar kon ik wel mee verder.
❤
LikeLike